De kleine maan werd door de nacht verslonden.
De sterren gingen onder in de wolken.
Alleen, laag aan de aarde, tracht te branden.
Mijn gele lamp. In ‘t donker schuilen dorpen,
Achter gesloten blinden slapen allen,
Ik waak alleen. Waarom, als allen slapen ?
Waarom ik, die zal sterven met de anderen ?
Ik teken de karakters zonder eerbied.
Verteren zal mijn hand die schrijft en t’ blad
dat op zich neemt de klacht van deze nacht.
Het regent redeloos en droef. Vanwaar, waarom
en waartoe zijn mij deze regels ontvallen….?
J. Slauerhof, uit verzamelde gedichten.
